Financiële begroting

Financieel meerjarig perspectief

In deze begroting zijn de financiële uitgangspunten gehanteerd zoals vastgesteld bij de Kadernota 2023. Deze uitgangspunten zijn bepalend voor het ramen van de baten en lasten en daarmee het begrotingsresultaat en het resultaat van de meerjarenraming.

Financieel beleid

De begroting 2023 is opgebouwd vanuit het bestaande, door de Raad geaccordeerde, beleid. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt van de integrale afweging, waarbij de Raad, gegeven het zijn toekomende budgetrecht, de besluiten neemt en daarmee de nieuwe middelen beschikbaar stelt.

Lokale heffingen

De jaarlijkse vaststelling van de tarieven, zoals deze in de begroting worden verwerkt, is gebaseerd op het door de Raad vastgestelde tarievenbeleid en hieraan ten grondslag liggende consistente en objectieve uitgangspunten. Voor diverse lokale heffingen gelden wettelijke voorschriften, zoals ter zake van retributies waarvoor geldt dat de opbrengst maximaal 100% van de kosten mag bedragen.

Voor de afvalstoffenheffing en het rioolrecht gelden kostendekkende tarieven.

Voor de opbrengst vanuit de onroerende zaakbelastingen (OZB) wordt ook uitgegaan van een stijging met het inflatiepercentage van 3%. De relatieve stijging van de tarieven wordt nader toegelicht in de paragraaf Lokale heffingen.

Leges

De leges worden in de begroting geraamd op basis van het verwacht aantal verstrekkingen en de tarieven overeenkomstig de geldende verordening. Op basis van de begrote lasten over 2023 worden in het najaar van 2022 de nieuwe kostendekkende tarieven berekend en in een wijziging van de legesverordening aan de raad ter vaststelling voorgelegd.

Algemene uitkering

De berekening van de algemene uitkering voor de begroting en meerjarenraming is gebaseerd op de meicirculaire 2022. In de verwerking van de algemene uitkering zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Voor de jaren 2023 tot en met 2026 worden de accrespercentages van de meicirculaire 2022 verwerkt;
  • Voor de raming van de algemene uitkering over het begrotingsjaar 2023 worden de verdeeleenheden, van waaruit de algemene uitkering wordt berekend bij het opstellen van de begroting, geactualiseerd;
  • De algemene uitkering is als bate opgenomen onder Algemene dekkingsmiddelen.

Loon- en prijsontwikkelingen

In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 worden de loon- en prijsontwikkelingen aangehouden zoals deze door het Centraal Planbureau worden geraamd. In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 zijn stelposten gereserveerd om de verwachte loon en prijsstijgingen op te vangen.

Financieringskosten (rentekosten)

De financieringskosten worden in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2026 opgenomen op basis van een geactualiseerde middellange financieringsprognose. Hierbij is de financieringspositie van de gemeente her berekend en over het overschot c.q. tekort rente gecalculeerd.

In de begroting 2023 is voor het financieringstekort een rentekostenvoet gehanteerd van 0% voor zover deze de kasgeldlimiet overschrijdt. Tot de kasgeldlimiet geldt een rentepercentage van 0,59%.

Voor de rentelasten die bij derden in rekening worden gebracht en die onderdeel uitmaken van de kostprijsberekening van de in het verleden gedane investeringen - gelden de destijds vastgestelde rentepercentages.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten worden berekend naar gelang de economische levensduur van het betreffende activum. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage 1 van de financiële verordening gemeente Rheden 2019. Met het vaststellen van de programmabegroting 2023 stelt de Raad overeenkomstig het bepaalde in de Financiële verordening gemeente Rheden de middelen beschikbaar voor de uitvoering van het investeringsprogramma (investeringslijst 2023-2026) door het college.

Personeelskosten (salariskosten)

De salariskosten zijn in de begroting 2023 geraamd op de toegestane formatieomvang en de hierbij behorende loonkosten van de personeelsleden op basis van de huidige cao afspraken met daarbij een inschatting van een CAO-stijging in 2023 (3,0%).

Rentebeleid reserves en voorzieningen

In de begroting 2023 zullen de ‘rentekosten reserves en voorzieningen’ worden verwerkt overeenkomstig het huidige rentebeleid, zoals dat is verwoord in de nota weerstandsvermogen.

Subsidieverstrekkingen

De hoogte van de subsidieverstrekkingen worden gebaseerd op de van toepassing zijnde subsidieverordeningen en, voor zover hier sprake van is, subsidiecontracten. Indien in deze een indexering is voorzien, geldt voor het jaar 2022 een stijging van maximaal het verwachte inflatiepercentage van 3,0%. Indien een indexering niet is voorzien geldt de nullijn.

Grondexploitatie

De uitgangspunten die bepalend zijn voor de financiële prognoses in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 zijn opgenomen in de Nota Grondbeleid 2020 gemeente Rheden.

Opbrengst huur en pacht

De opbrengsten van de huur en de pacht worden begroot op basis van de hieraan ten grondslag liggende contracten.

Autonome kostenontwikkeling en budgetaanpassingen op bestaand beleid

Ten aanzien van het opstellen van de begroting 2023 en de budgetaanpassingen ten opzichte van de begroting 2022 gelden de begrotingsrichtlijnen. Deze luiden voor het begrotingsjaar 2023 als volgt:

  • Voor elke budgetverhoging geldt dat sprake moet zijn van uitvoering van bestaand beleid en dat in voldoende mate moet worden aangegeven welke oorzaken ten grondslag liggen aan de budgetverhoging;
  • Het betreffende budget waarover de budgetverhoging wordt aangevraagd, dient in voldoende mate te zijn onderbouwd in aantallen en prijzen;
  • Bij elke budgetverhoging dient te worden aangegeven in hoeverre een budgetverhoging noodzakelijk is en in hoeverre bijsturingmaatregelen een budgetverhoging kunnen voorkomen.

Kosten Regionale samenwerking

De kosten als gevolg van de regionale samenwerking worden in de begroting opgenomen.

Deze pagina is gebouwd op 10/28/2022 14:55:03 met de export van 10/28/2022 14:50:03